Richtlijnen

Een begeleide rondrit is meestal samengesteld uit:
1. Een koprijder: kent de weg en rijdt altijd een beetje vooruit. Als deze stopt, om welke reden ook, dan stopt de hele groep. Er wordt pas verder gereden als hij een teken geeft
2. De wegkapiteins: begeleiden de rit zo goed mogelijk om alles veilig te laten verlopen. Ze zijn herkenbaar aan hun fluovestje en het C3- bordje.
3. De temporijder: laat een opening tussen de koprijder en de groep om plaats te laten voor de wegkapiteins. Hij bepaalt ook de snelheid van de groep.
4. De motorrijders: rijden geschrankt. Waar dit niet mogelijk is, rijden ze achter elkaar.
5. De afsluiter: rijdt als laatste zodat de wegkapiteins weten dat de volledige groep voorbij het kruispunt is gereden en zij zich terug naar voren kunnen begeven.

Duidelijke afspraken:

1. Als de verkeerslichten op rood staan moet je stoppen en blijft er altijd een wegkapitein staan tot iedereen weer verder mag, zo weet de groep altijd waarheen.

2. Bij elke rit wordt er een peter aangeduid die de hulpwegkapiteins wegwijs maakt en er wordt ook duidelijk afgesproken welke wegkapitein een hulpwegkapitein onder zijn hoede neemt om deze alles te kunnen leren.

3. Er wordt ook een debriefing (ritverantwoordelijke) gegeven. Niet om iemand op zijn fouten te wijzen, maar wel om eruit te leren.

4. Tekens die we gebruiken om alles vlot te laten verlopen:
De koprijder steekt één vinger omhoog: dit wil zeggen dat hij één wegkapitein nodig heeft om het eerstvolgende kruispunt af te zetten.
Hij steekt twee vingers omhoog: er zijn twee wegkapiteins nodig, drie vingers: dan zijn er drie wegkapiteins nodig, …
De koprijder zet zijn linker richtingaanwijzer aan: aan het eerstvolgende kruispunt rijden we links in.
Hij zet zijn rechter richtingaanwijzer aan, we rijden naar rechts aan het eerstvolgende kruispunt.
Als de koprijder geen richtingaanwijzer gebruikt en toch zijn hand omhoog steekt en te kennen geeft dat er één of meer wegkapiteins nodig zijn, wil dit zeggen dat we rechtdoor rijden aan het eerstvolgende kruispunt.
Wijst de koprijder naar rechts dan bedoelt hij dat je rechts moet gaan staan, wijst hij naar links dan moet je links gaan staan.

Een voorbeeld:
de koprijder steekt twee vingers op en zet geen richtingaanwijzers aan.
Wat bedoelt hij hiermee?
Hij wil te kennen geven dat we een kruispunt naderen en dat er twee wegkapiteins nodig zijn om het af te zetten.
We rijden rechtdoor en de wegkapitein die links rijdt kan best het kruispunt ook eerst links afzetten.
De wegkapitein die rechts rijdt gaat dan ook het best de rechtse kant afzetten.